in de havenstad wuhan / in the port of amsterdam

 

niet lang geleden keek ik weer naar de aantekeningen en regels die ik een maand geleden schreef toen wuhan dicht ging en ik besloot ze hier te delen

die dag bezocht ik de expo van carlos amorales in het stedelijk museum waar met name een beeld me bijbleef uit een video waarin we een man langdurig door lage, kleine gangen en doorgangen zien kruipen, zijn romp gebogen die met tekens is bedekt

ik denk dat jacques brels ‘dans le port d’amsterdam’ speelde hoewel ik me dat vreemd genoeg nu niet meer herinner en dat me dat belangrijk leek omdat wuhan eigenlijk een havenstad is, net als amsterdam, hoewel ze door grote landmassa’s is omgeven

en natuurlijk wilde ik daarmee ook solidariteit uitdrukken door in plaats van amsterdam wuhan te noemen terwijl ik tegelijk wel wist dat wereldvirussen zo vrij zijn dat het een kwestie van tijd is, en een duidelijke wind, voor ze hier zijn

ik heb enkele citaten en beelden gebruikt, ik weet niet meer van wie of welke berichten op sociale media

* * * *

 

in de havenstad wuhan / dans le port d’amsterdam

 

het gezicht op zee vanuit de haven

is abstract

 

we bleven thuis in onze appartementen

en wachtten af

 

spraken elkaar moe in

moed in

 

we werden er ook ziek van

het wachten duurt lang

in de havenstad wuhan

 

de zeelucht spande zich in

om ons te bereiken

we ademden allen

de lucht in van de zee

in de haven van wuhan

 

 

 

het kind van mijn vriendin hoest

het heeft hoge koorts ‘s nachts

ze ruziet met haar partner over paracetamol

oma is net terug uit honkong

er zijn 70 geïnfecteerden in hong kong, twee doden

 

het weer in wuhan

is hetzelfde als hier

 

licht bewolkt en een lichte wind, 11 graden celsius

zonsopkomst 6.58 uur, zonsondergang 18.16 uur

 

ik zag niemand in de buurt

dus heb ik het lage masker verwijderd

en de frisse lucht geabsorbeerd

 

er zijn tien banen op de verkeersweg

nu leeg

de boete voor autorijden is vierhonderd

jilan zoekt huisdieren op in flats alleen

tot nu toe heeft hij er twintig gered

 

 

 

ik nam een kopie van jiu ge poëzie

om het segregatieverslag te bestuderen

 

deze zin had een eenzaamheid moeten begaan

maar waarom zou de dichter stoppen?

 

we werden voor een pauze vrijgelaten

met onze twee maskers kijken we naar het zeegezicht

een grijze zee en een lichte bewolking

 

in de havenstad wuhan

zijn de kinderen die zingen

binnen

zijn de alleenstaanden die zingen

binnen

 

we kijken en zingen naar de licht

bewolkte lucht, een vlucht spreeuwen

vaagt voorbij, volg ze over de flatgebouwen

naar de monding van de zee

wanneer de verzegelde stad

vrij zal zijn zijn wij

 

 

 

zachtjes oefenen wij onze stemmen

weven het geluid van

onze zaakwaarnemers erdoorheen

uit de ziekenhuizen, uit de flatgebouwen

uit de zeegezichten, uit de vermiljoenen

buitensteden

 

de wolken boven wuhan, amsterdam

zijn de ouden die zingen, het

bedelend geklingel met de natte

pony, een remedie

 

 

zaterdag 28 maart 2020

en hoe zit het met de tekens?

de tekens op de rug van de man die laag bij de grond door nauwe gangen kruipt?

sommigen zien het pandemisch virus als een teken

saskia sassen zegt in een online lezing dat dichters een figuur of gestalte zullen construeren uit deze bezoeking, ze zegt dat het virus niet de vijand is maar dat wij dat zijn

olga tokarczuk lezend, drive your plow over the bones of the dead, is het niet moeilijk om het virus als een wraakoefening te ontcijferen, repercussies van de zogenaamde ‘wilde’ Dieren

wij mensen baggeren onbekommerd over grenzen heen en stelen dieren uit hun werelden om ze te terroriseren en kwellen, op te eten of eraan te verdienen

misschien is de mannelijke figuur in amorales’ film een Rest van kafka’s gevangene, zijn rugtekens gestanst als strafoperatie voor zijn vergrijpen, de lage gangen zijn de strafkolonie in miniatuur, onze kamers en vertrekken waarin we nu ronddolen, gevangen, zoals we met ontelbare dieren deden

wij zijn bijna volledig opgehouden met bewegen, merkt sassen op, terwijl het virus beweegt

the virus enters the scene

zoiets kleins, niet eens zichtbaar, dat zoveel macht heeft, dat het ons stopt

dit virus is als de zwerm in woede ontstoken kramsvogels die het zat zijn om te worden belaagd, uitgemoord, geëxploiteerd en gezamenlijk hun faecaliën op ons laten vallen die ons verlammen, onze benen lijken vastgelijmd, handen en hersenen atrofiëren in snel tempo, we walgen zo erg van onszelf dat we al gauw in het geheel niet meer kunnen bewegen of alleen nog radeloos op handen en voeten dichtbij de aarde rondkruipen