|
ga langs ga langs
alle armen vangbekkens schoten
– koppotige, met die lensogen
hoe alles binnenkomt
zij wiegt haar hoofd zacht
de kleurloze
op de bodem van de diepzee
zij is meters en meters groot
zij zocht een schuilplaats
zij zonder kleur zij groot
– in de richting van de minste
prikkeling – de diepte
dicht bij de rand van de aardkorst
|